Welkom
Diensten
Fiscale nieuwsbrief
Profiel
Contact




FISCALE NIEUWSBRIEF

Plaats van B2B-diensten BTW

Bij internationale dienstverlening moet bepaald worden waar de dienst belastbaar is. Dit is van belang om vast te stellen welk land btw mag heffen. Hiervoor zijn regels opgenomen in de Wet OB. De regels om de plaats van dienst te bepalen zijn met ingang van 1 januari 2010 ingrijpend gewijzigd. Vanaf deze datum moet een onderscheid gemaakt worden tussen diensten aan ondernemers (business-to-business-diensten) enerzijds en diensten aan niet-ondernemers (business-to-consumer-diensten) anderzijds. Zowel de business-to-business-diensten (hierna: B2B-diensten) als de business-to-consumer-diensten (hierna: B2C-diensten) kennen een hoofdregel met daarop een aantal uitzonderingen.

B2B-diensten
Van een B2B-dienst is sprake indien de afnemer btw-ondernemer is. Hierbij is het irrelevant of de btw-ondernemer de dienst geheel of gedeeltelijk afneemt voor niet-economische activiteiten (art. 7, lid 7, onderdeel a Wet OB en HvJ EG 6 november 2008, nr. C-291 07 Kollektivavtalstiftelsen TRR). Het feit dat de afnemer btw-ondernemer is, is dus voldoende. In de Memorie van Toelichting is echter opgemerkt dat diensten die volledig worden afgenomen voor privédoeleinden van de ondernemer geen B2B-diensten zijn. In die gevallen mag een afnemer zich niet presenteren als btw-ondernemer door het overleggen van een btw-identificatienummer. In de praktijk is onduidelijk of deze visie in overeenstemming is met art. 43, lid 1 btw-richtlijn. Indien de afnemer van de dienst geen btw-ondernemer is maar een rechtspersoon/niet-ondernemer met een btw-identificatienummer, is eveneens sprake van een B2B-dienst (art. 7, lid 7, onderdeel b Wet OB).

Hoofdregel
Vanaf 1 januari 2010 zijn B2B-diensten belastbaar in het land waar de afnemer woont, is gevestigd of een vaste inrichting heeft voor wie de dienst wordt verricht (art. 6, lid 1 wet OB). Voorbeelden van B2B-diensten die belastbaar zijn in het land van de afnemer zijn: managementdiensten, diensten van merchant- en investmentbankers en ratingbureaus, doorberekende (concern)kosten, complexe diensten, arbitragediensten en diensten van een testamentair-executeur. Ook diensten die vaak aanleiding gaven tot een lokale btw-heffing, vallen onder de hoofdregel, zoals bijvoorbeeld goederenvervoer en met goederenvervoer samenhangende diensten. Tot 2010 waren deze diensten veelal belastbaar in het land van de dienstverrichter. . Ter zake van B2B-diensten die onder de hoofdregel vallen en verricht worden aan een afnemer in een andere EU-lidstaat, geldt op grond van art. 12, lid 2 Wet OB een verplichte verleggingsregeling. De afnemer moet deze verlegde btw aangegeven in het tijdvak waarin de prestatie is verricht en niet in het tijdvak waarin de factuur is uitgereikt (tenzij beide tijdstippen in hetzelfde tijdvak vallen). Daarnaast bestaat sinds 2010 de verplichting om diensten aan EU-ondernemers die onder de nieuwe hoofdregel vallen te listen in de Opgaaf intracommunautaire prestaties.  

Op deze hoofdregel van art. 6, lid 1 Wet OB zijn de volgende uitzonderingen gemaakt: - diensten met betrekking tot onroerende goederen;
- vervoer van personen;
- restaurant- en cateringdiensten;
- verhuur van vervoermiddelen voor een korte periode.

Diensten met betrekking tot onroerende goederen
Diensten die betrekking hebben op een onroerende goed zijn belastbaar in het land waar de onroerende zaak is gelegen. Voorbeelden van deze diensten zijn:
- bemiddeling bij de levering of verhuur van onroerende zaken door makelaars, etc.;
- voorbereiding of coördinatie uitvoering bouwwerk (architecten, etc.);
- (ver)bouw- en onderhoudsdiensten;
- bewerken van grond;
- verhuur van onroerende zaken;
- timesharingsactiviteiten (HvJ EG 3 september 2009, nr. C-37 07 RCI Europe en HvJ EU 16 december 2010, nr. C-270/09 MacDonalds Resort Ltd );
- Bemiddeling bij de overdracht van aandelen in onroerende zaak-B.V.'s door een makelaar? Het is op dit moment onduidelijk of dit een dienst is met betrekking tot onroerend goed. In Hof Amsterdam 26 januari 2009, nr. 07/00152 is aangegeven dat een dergelijke dienst kwalificeert als een dienst met betrekking tot onroerende goederen, maar in conclusie A-G Van Hilten 21 oktober 2010, nr. 09/00760 is de Hoge Raad geadviseerd om deze uitspraak te vernietigen en te oordelen dat sprake is van een (vrijgestelde) handeling betreffende aandelen. De Hoge Raad heeft bij arrest van22 april 2011, nr. 09/00760 om uitleg gevraagd aan het Hof van Justitie.





Welkom   | Diensten   | Fiscale nieuwsbrief   | Profiel   | Contact   | Links  





© Fiscale Ondersteuning Boensma | Algemene voorwaarden